erfgoedobject

Pastorie Sint-Pieter en -Paulusparochie met bijgebouwen en ommuurde tuin

bouwkundig element
ID
43299
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/43299

Juridische gevolgen

Beschrijving

Een honderdtal meter ten noorden van de kerk, aan het eind van een in de velden doodlopende steeg bevindt zich de voormalige pastorie. Eind jaren 1960 werd ze door de gemeente met een deel van de tuin verkocht terwijl op de overige helft een nieuwe pastorie werd gebouwd. Bij die gelegenheid werd een deel van de aan de straat grenzende ommuring gesloopt.

Historiek

In 1703 was de uit de eerste helft van de 17de eeuw daterende pastorie dermate door de Franse troepen toegetakeld dat zelfs herstellingen op termijn geen uitkomst boden. Daarom werd in 1750 door de toenmalige pastoor Henricus De Pauw beslist een nieuwe pastorie te bouwen. Ingevolge onenigheid onder de tiendheffers werd de kostenverdeling door de Souvereine Raad van Brabant als volgt vastgelegd: vier zevende voor de grote tiendheffer, het Driutiuscollege van Leuven, twee zevende voor de priorij van Groenendaal en één zevende voor de heer d’Amenzaga.
De werken startten vermoedelijk kort daarop want in 1751 werd steen getrokken uit "het kerckhofvelt" ook "steenputten" genoemd.

Beschrijving

Het pastoriecomplex met woonhuis, poortgebouw en kleine dwarsschuur is ingeplant te midden van een ommuurde tuin. De enclavevormende site wordt ontsloten door een rechthoekig poortje en een ruim poortgebouw: een rechthoekig bakstenen volume met pannen zadeldak en zijgevels met vlechtingen, top- en schouderstukken en uilengat. Een zware houten toegangspoort, gevat in een witnatuurstenen korfboogomlijsting vormt de enige doorbraak in de straatgevel terwijl de tuingevel is opengewerkt met een bakstenen korfboogarcade. De linkerboog werd ooit dichtgemetseld met het oog op de inrichting van een woonruimte voor personeel. Een eigenaardigheid is de kleine kelder met twee spitse, bakstenen tongewelven toegankelijk via een deurtje in de zuidelijke kopgevel.

Het met de voorgevel naar het dorp gerichte woonhuis, opgetrokken in baksteen met beperkt gebruik van natuursteen, is opgevat als een traditioneel tweelaags dubbelhuis van vijf traveeën afgedekt met een zadeldak.
De symmetrische gevelordonnantie van de bepleisterde voorgevel (zuiden) wordt bepaald door grote, licht getoogde vensters, op het gelijkvloers voorzien van houten luiken. De centrale inkom wordt gemarkeerd door een fraaie, hardstenen rondboogdeur met decoratief uitgewerkte, ijzeren waaier. De zware, opgeklampte eiken deur is origineel, terwijl de vensterramen met in twee gedeeld bovenstuk en drieledige vleugels alsook de met klossen en tandlijst versierde bakgoot uit de 19de eeuw dateren. Het natuurleien zadeldak wordt aan de uiteinden bekroond door twee houten dakkapellen. De grote, centrale dakkapel die wellicht ook als laadvenster fungeerde is verwijderd.
De niet bepleisterde achtergevel met natuurstenen plint en hoekblokken toont een identieke ordonnantie, op de middentravee na met asymmetrisch geplaatst klein rechthoekig deurtje met rechte latei op geprofileerde consooltjes en een groot rechthoekig getralied venster ter verlichting van de trapruimte. Het klein getralied venster onderaan verwijst naar de met tongewelf afgedekte kelders. De overige, conform de voorgevel licht getoogde vensteropeningen zijn voorzien van een negblokomlijsting in combinatie met hardstenen onderdorpels – een latere aanpassing - en licht gebogen bovendorpels met alternerend gebruik van bak- en natuursteen. Ook hier waren alle vensters oorspronkelijk beluikt. Het rijzige silhouet wordt in sterke mate bepaald door de op twee licht getoogde zoldervensters na blinde zijgevels, bovenaan afgewerkt met vlechtingen, schouderstukken en monumentale schoorsteenmassieven.

De plattegrond toont de klassieke brede middengang met links en rechts telkens twee in grootte variërende vertrekken. De indeling bleef, op enkele kleinere ingrepen na, ongewijzigd. De gangruimte met bevloering in Naamsesteen wordt gedomineerd door een fraaie tot op zolderniveau doorlopende Louis XV-geïnspireerde bordestrap met forse balusters terwijl het plafond is afgewerkt met stucwerk opgehoogd met rocaillemotieven. De plafonds in de andere vertrekken tonen een sobere afwerking met kooflijst en eenvoudige profilering terwijl de bevloering overwegend bestaat uit een houten beplanking. De natuurstenen vloer in de kamer links achteraan werd elders gerecupereerd. Een laatgotische natuurstenen schouw (kamer links achteraan) en een beschilderde en met rocaillemotieven opgehoogde houten schouw (kamer links vooraan) vormen markante interieurelementen. De decoratie van de met bloemen en loofwerk beschilderde boezem en haardscherm is identiek aan het eind jaren 1960 verwijderde lederbehang dat op een houten plint na de volledige wand van dit "salette" bedekte. De overige schouwen tonen hun naakte kern van gesinterde baksteen waarvan de oorspronkelijke houten bekleding is verdwenen. Alle binnendeuren zijn vrijwel van hetzelfde eenvoudige opgeklampte type. Ook op de verdieping met sobere stucplafonds, ontmantelde schouwen en houten binnenluiken bleef de indeling bewaard. Typerend is de kleine, gangbrede kamer vooraan met haar met rocaillemotieven opgehoogd stucplafond die vermoedelijk dienst deed als huiskapel. De typerende eiken gordingenkap toont als eigenaardigheid een uit twee moerbalken met fraai bekapte sloffen samengesteld kapspant, mogelijk gerecupereerd van de 17de-eeuwse pastorie.

Tegen de westgevel aangebouwd bevindt zich een eenlaagse annex – vermoedelijk het washuis - met zadeldak, muurvlechtingen, top- en schouderstukken. De bevloering bestaat uit kleine rode en zwarte tegels in gebakken aarde.

Ten noorden van de pastorie bevindt zich een kleine dwarsschuur, opgetrokken in baksteen met pannen zadeldak. De zuidgevel werd ingevolge bouwvalligheid heropgebouwd in snelbouwsteen. De dakstructuur met drie spanten en een muurspant op stijlen schijnt te wijzen op een versteende vakwerkconstructie.

Welke de functie was van de meer zuidwaarts gelegen, kleine kapelvormige constructie is niet duidelijk. Het rechthoekige, bakstenen volume met zadeldak wordt geleed door lisenen en opengewerkt met een deur met bovenlicht en vensters met decoratieve, fijne roedeverdeling.

De fraaie pastorietuin met leifruit tegen de noordmuur en onder meer een Catalpa en treurbeuk (Fagus sylvatica 'Pendula') werd volledig heraangelegd door de huidige eigenaars. Een monumentale taxus (Taxus) vlakbij de ingang verwijst vermoedelijk nog naar het eerste concept.

  • DE COSTER L. 1974: De Sint-Pieter-en-Pauwelkerk te Neerijse in Brabant, 49-50.
  • DELMELLE J. 1957: Neerijse et son église in Brabant Tourisme, 1-2.
  • JANSSENS R. 1981: Eugène Gife 1819-1890. Provinciaal bouwmeester te Antwerpen. Een studie van zijn kerkelijke bouwkunst (onuitgegeven licentiaatverhandeling Gent).
  • DE KEMPENEER J. 1967: De oude pastorie van Neerijse in Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, 40 – 46.
  • LEMAIRE R. 1906: Les origines du style gothique en Brabant. 1.1. L’Architecture romane, Brussel-Parijs, 141-143.
  • LEURS C. 1922: Les origines du style gothique en Brabant. 1.2. L’Architecture romane dans l’ancien duché, Brussel, 12-13.
  • STIJNEN H. (1998): De onvoltooid verleden tijd, (Kortrijk), 142-143.

Bron: Beschermingsdossier DB002194, Parochiekerk Sint-Pieter en -Paulus met bijgebouwen en ommuurde tuin (digitaal dossier).
Auteurs: Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Is deel van
    Dorpskern Neerijse


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Pastorie Sint-Pieter en -Paulusparochie met bijgebouwen en ommuurde tuin [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/43299 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.