erfgoedobject

Pastorie Sint-Stephanusparochie

bouwkundig element
ID
40187
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40187

Juridische gevolgen

Beschrijving

Monumentale 17de-eeuwse pastorie gebouwd in traditionele bak- en zandsteenstijl door de witheren van de norbertijnenabdij van Grimbergen. De pastorie is als L-vormig volume ingeplant op de hoek met de Oppemkerkstraat, ten zuidwesten van de kerk. Aansluitende ommuurde tuin.

Historiek

Het juiste bouwjaar van de pastorie is momenteel niet met zekerheid te bepalen. Bouwrekeningen en/of ontwerpplannen kwamen tot op vandaag niet aan het licht. In de literatuur wordt vrij algemeen aangenomen dat de aanzet werd gegeven ten tijde van abt Velasco (1647-1665). C.L. Spillemaeckers opteert evenwel voor abt Bassery, die in 1680 kapelaan van Oppem was. In de loop van de 18de eeuw werd het interieur gedeeltelijk aangepast met stucplafonds en nieuw binnenschrijnwerk.

Tijdens de Franse Revolutie werd de pastorie gebruikt als schuiloord voor de paters van de abdij van Grimbergen en in 1828-1829 werd de bovenverdieping gebruikt voor seminaries en studiehuis.

Eind 1955-begin 1956, ten tijde van pastoor Spillemaeckers, werden grote herstellingswerken uitgevoerd, onder meer de vernieuwing van de dakbedekking. Het oude bijgebouw met traditionele kern in de noordwestelijke hoek van de tuin werd recent afgebroken en heropgebouwd naar het oorspronkelijk uitzicht onder leiding van architect Marc Moerenhout.

Beschrijving

De pastorie vertoont een L-vormige plattegrond, de korte noordvleugel parallel aan de straat en de hoofdvleugel haaks op de straat. Ten westen en ten zuiden ligt de voormalige pastorietuin die ten noorden langs de Processieweg is afgesloten door een witgekalkte bakstenen muur met overluifelde toegangspoort voorzien van kalkzandstenen stijlen. Ook langs de Oppemkerkstraat bleef de witgekalkte tuinmuur onder pannen ezelsrug bewaard. Aan deze zijde is er een als puntgeveltje uitgewerkte toegangstravee met een eenvoudig rechthoekig deurtje onder houten latei.

Het geheel werd opgetrokken uit verankerde baksteen met verwerking van Lediaanse kalkzandsteen voor de traditionele elementen als speklagen, omlijstingen, steigergaten, hoekkettingen en onderbouw. Het geheel telt twee bouwlagen onder haaks op elkaar aansluitende schilddaken (leien). Doorheen de jaren, vermoedelijk in de 18de en vroege 19de eeuw werd het gebouw witgekalkt, zoals vandaag nog zichtbaar is.

De hoofdvleugel is georiënteerd naar het westen en telt zes traveeën. De westelijke, asymmetrisch uitgewerkte lijstgevel vertoont een dubbelhuisopstand en wordt gemarkeerd door een korfboogdeurtje in een omlijsting met sluitsteen en imposten, afgedekt door een geprofileerde waterlijst eindigend op voluten; het geheel wordt bekroond door een rechthoekig, getralied bolkozijn. In de as van de deurtravee is er ook een dakkapel. De voormalige kruiskozijnen zijn door het uitbreken van de vensterkruisen, vermoedelijk in de loop van de 19de eeuw, herleid tot rechthoekige vensters met deels bewaard 19de-eeuws schrijnwerk met grote roedeverdeling. Het uitzicht van de zuidgevel sluit hier in grote lijnen bij aan met uitzondering van het bewaarde kruiskozijn op de bovenverdieping met authentieke glas-in-loodinvulling. De oostelijke, deels begroeide gevel daarentegen is vrij gesloten met slechts een rechthoekig venster en een bolkozijn op de bovenverdieping; aan deze zijde ontbreken de speklagen.

De haaks op de hoofdvleugel aansluitende noordvleugel is grotendeels gesloten langs de straatzijden. Slechts één rechthoekig venster in een kalkzandstenen omlijsting doorbreekt het gesloten karakter; ook hier ontbreken de speklagen. Aan de tuinzijde (zuidgevel) sluit het uitzicht aan bij de hoofdvleugel.

Interieur. Vandaag is de pastorie volledig onderkelderd hoewel de oostelijke kelder ten vroegste uit de 19de eeuw dateert. De westelijke kelder heeft een bepleisterd, bakstenen tongewelf.

Bewaarde indeling. Inkomhal: tegelvloer met ingelegde motieven uit het begin van de 20ste eeuw, bepleisterde plafonds met casementen voorzien van omlopend stuclijstwerk; eiken bordestrap met balusterleuning en bewaarde glas-in-loodinvulling in het kruisvenster op de overloop; eveneens origineel smeedijzeren hang- en sluitwerk. Ontvangstsalon rechts van de hal met parketvloer, bepleisterde moerbalken en stuclijstwerk. Verzameling bloemenschilderijen van Daniël Seghers (17de eeuw), omstreeks 1950 gerestaureerd door Lea Steppe. Vergaderruimte links van de hal met in de wandbekleding ingebrachte schilderijen, uit de tijd van pastoor De Vadder (1776-1803); ze stellen taferelen uit het leven van Christus voor. Ook in deze ruimte is er omlopend stuclijstwerk.

  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Pastorie Oppem, Archief doos 43.10 bis, map 4792.
  • GROOTAERS J. 2005: De pastorie te Oppem, Berla 82, 5-11.
  • HEYVAERT J. 2005: Meise, Van oorsprong tot 1940, Meise, 180.

Auteurs: Kennes, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Pastorie Sint-Stephanusparochie [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40187 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.