erfgoedobject

Kunstenaarswoning Jan Prinsen

bouwkundig element
ID
305137
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305137

Juridische gevolgen

Beschrijving

Vrijstaande villa in naoorlogs modernisme met brutalistische inslag, gebouwd voor industrieel ontwerper en kunstschilder-graficus Jan Prinsen (° 11.7.1934) naar een eigen ontwerp uit 1962. Aangezien hij zelf geen erkende architect was, zijn de officiële plannen ondertekend door zijn schoonbroer Edmond Lambrechts.

De lokale kunstenaar Jan Prinsen werd genoemd naar zijn oom Jan Verhas (1889-1914), die afkomstig was uit een bekende Dendermondse kunstenaarsfamilie maar aan wiens veelbelovende artistieke carrière abrupt een einde kwam wanneer hij samen met collega-studenten aan de Antwerpse Academie op 25-jarige leeftijd overleed als vrijwilliger aan het front. Aangezien Jan Prinsen slechts na zijn huwelijk de vrijheid kreeg om net als zijn oom een opleiding te gaan volgen aan de Antwerpse academie, startte hij aanvankelijk als industrieel ontwerper bij Ford Motor Company en later Carrosserie Van Hool, waar hij de eerste busmodellen uittekende. Na diverse opleidingen grafiek richtte hij zich voltijds op het kunstenaarschap, en wist hij een omvangrijk oeuvre uit te bouwen van voornamelijk figuratief-expressionistische pen- en wastekeningen, houtsnedes, monotypes, en schilderijen in olieverf op doek of paneel, waarin de kwetsbare mens vaak een centraal thema vormt. Hij engageerde zich daarnaast ook jarenlang in de lokale cultuurraad, en ontwierp de door deze raad jaarlijks uitgereikte trofee.

Het gebouw onderscheidt zich in het ontwerp van de conventionele, veelal traditionalistisch gekleurde doorsnee-architectuur, die de suburbane verkavelingen in deze periode en in Deurne-Oost in het bijzonder domineert. De woning Prinsen behoort tot de open bebouwing in het centrale gedeelte van de voornamelijk door rijwoningen en gestandaardiseerde appartementsgebouwen gekenmerkte straat. Samen met het nummer 261 staat het ingeplant tussen de historische conciërge- en hovenierswoning van de kasteeldomeinen van Ertbrugge en Venneborg, en grootschalige schoolgebouwen aan weerszijden van de straat.

De voortuin heeft een in flagstones verharde toegang naar de voordeur en garage, waarin tegen de voorgevel glastegels verwerkt zijn om de voorraadkelder te verlichten. Het is begrensd door een lage afsluiting in zichtbeton, waaraan tegen de straat exemplaren in uitgewassen beton zijn toegevoegd, samen met een in hetzelfde materiaal uitgevoerde balkvormige brievenbus met verticale metalen gleuf.

De vier traveeën brede vrijstaande villa met nagenoeg vierkante plattegrond is opgetrokken in donkerbruine klampsteen in halfsteens verband en met verdiepte voegen, gecombineerd met vloeren in holle brikken, oorspronkelijk voorzien in beton, en houten keperdaken. Net als het beton is het metselwerk zichtbaar gehouden, ook in het interieur. Het drie traveeën brede hoofdvolume heeft een voorgevel van twee bouwlagen met daarboven een laag, terugspringend sheddak voor het atelier, afgewerkt met gecombineerde hellende en met roofing beklede lessenaarsdaken. Op de begane grond is dit volume geflankeerd door een slechts één bouwlaag hoge garage met achterliggende bergplaats onder een plat dak. Het hoofdvolume wordt aan de zuidkant geflankeerd door een opvallende, boven het sheddak uittorende schouw.

Het gevelontwerp is opgebouwd rond een vooruitspringend kader in gebouchardeerd beton, dat de eerste verdieping omlijst en als breder uitlopende daklijst de verbinding maakt met het aansluitende garagevolume, daarmee de opgelegde schuine bouwlijn van het perceel volgend. Het fungeert zo als balkon voor de eerste verdieping, voorzien van bloembakken in eenzelfde materiaal, en als luifel voor de inkom en garage, gedragen door de met geglazuurde pannen gedekte scheidsmuur. Aan de zijde van de garage is deze muurvleugel gemarkeerd door een gestileerde vrouwenfiguur gesculpteerd in gebouchardeerd beton, eveneens van de hand van Jan Prinsen.

De identieke indeling van de gevels op de begane grond en eerste verdieping in het hoofdvolume zorgen voor een evenwichtige compositie van de voorgevel. Een smalle inkomtravee en brede venstertravee met gevelhoge openingen, zijn er gescheiden door een brede blinde bakstenen muurpost. Deze symmetrie, versterkt door een herhaling van de inkomtravee in de roedeverdeling van de venstertravee, wordt doorbroken in het sheddak, dat opengewerkt is met een gevelbreed, onregelmatig verdeeld bandvenster. De noordgevel heeft een met glastegels ingevulde gevelhoge lichtstraat en klein rechthoekig venster onder gestrekte boog, die respectievelijk de trappenhal en badkamer bedienen. De zuidgevel, verdeeld door de bakstenen schouw, is aan straatzijde blind en bekleed met eternitpanelen. De meer besloten, door het tuingroen omgeven achterzijde is daarentegen opengewerkt met drie boven elkaar geplaatste vensteropeningen die de leef- en werkruimtes verlichten, ingevuld met schrijnwerk voorzien van een smallere tussenroede.

Behoudens de kantelpoort van de garage en de vervangen houten ramen van het sheddak, waarvan de oorspronkelijke roedeverdeling weliswaar nagenoeg identiek overgenomen is, zijn het oorspronkelijke metalen deur- en vensterschrijnwerk en de invullingen met glastegels in de gevels gaaf bewaard. Op de brede deurgreep uit exotisch hardhout van de voordeur is de naam van de bouwheer weergegeven.

De plattegrond van het woonhuis toont op de begane grond een inkomhal met trap, waarachter een vestiaire en toilet. De door Jan Prinsen ontworpen trapconstructie bestaat uit een centrale gegoten trapboom die refereert naar zijn achtergrond als carrosserie-ontwerper, voorzien van treden uit exotisch hardhout en zes meter lange, over de verschillende verdiepingen heen lopende gegoten trapspijlen. De traphal is met een ruime glaspartij gescheiden van de in de brede venstertravee gesitueerde, opengewerkte L-vormige living met eethoek die aansluit op een smal terras aan tuinzijde. Zowel eethoek als vestiaire zijn volgens het oorspronkelijke bouwplan verbonden met de tegen de achtergevel gesitueerde keuken, die uitgeeft op de berg- en wasplaats achter de garage. Op de verdieping liggen omheen de centrale en door een badkamer geflankeerde traphal met bordes tegen de voorgevel een logeer- en slaapkamer, op het middenplan twee kinderkamers en tegen de achtergevel een ruime tekenkamer met balkon. Op de zolderverdieping is Jan Prinsens atelier met drukpers ondergebracht. Het woonhuis is slechts deels onderkelderd met rond de centraal gelegen trap een voorraad- en houtkelder, en tegen de zijgevel aan een ruimte voor de centrale verwarming.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier 627#81091.
  • WOUTERS J., TAVERNIERS E., DE NIJS BOB & PRINSEN-VERMEYLEN R. 2000: Jan Prinsen 2000. Retrospectieve, Deurne, 9-19, 23-51.

Auteurs: Van Severen, Elke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Kunstenaarswoning Jan Prinsen [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305137 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.