erfgoedobject

Directeurswoning Belgische Boerenbond

bouwkundig element
ID
304952
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304952

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerwoning in art-decostijl, in 1931 door de ingenieur van de Technische Dienst van de Belgische Boerenbond ontworpen voor de oorspronkelijk uit Paal afkomstige en in 1928 tot directeur van de Merksemse mengvoederafdeling benoemde Gérard (Gerardus) Ariën. Uit de moeilijk leesbare handtekening van de ingenieur kon zijn naam niet met zekerheid worden afgeleid. Het hekwerk is een ontwerp van de in Merksem gevestigde bouwkundige Karel Dandois, gespecialiseerd in "meubelen - décor".

Behoudens naoorlogse invullingen ten gevolge van aanzienlijke oorlogsschade door de inslag van een V-bom in 1945, is de oorspronkelijke interbellumbebouwing van één- en meergezinswoningen met voortuin in een gevarieerde, doch veelal conventionele of behoudsgezinde modernistische en art-decostijl relatief gaaf bewaard gebleven in de Sint-Lutgardisstraat. De woning behoort tot een reeks bakstenen burgerhuizen aan oostzijde van de Sint-Lutgardisstraat, gekenmerkt door erkers onder een pseudomansardedak. De gevel laat zich opmerken door de verzorgde vormgeving en afwerking van de gevel.

De voortuin, uitgevoerd in materialen en kleuren die aansluiten bij de gevel, heeft nog zijn gaaf behouden afsluiting en uitzonderlijk ook het toegangspad in gebakken tegels uit 1931. Het is omsloten door een muur in rood baksteenmetselwerk met een blauwe natuurstenen plint, aan de bovenzijde en op de hoeken van de pijlers afgewerkt met een kalkbepleistering, en afgewerkt met een gegoten toegangspoort en hekwerk in een decoratieve art-decostijl (spiralen in opengewerkte driehoeken).

Twee ongelijke traveeën breed, kenmerkend voor de enkelhuisindeling, omvat het rijhuis evenveel bouwlagen onder een met natuurleien gedekt pseudomansardedak. De traditionele baksteen- met houtconstructie heeft op de begane grond een vloerplaat uit gewapend beton. De voorgevel is opgetrokken in platvol gevoegd rood baksteenmetselwerk in kruisverband, verlevendigd met banden in wit geschilderde natuursteen of bepleistering/cementering. Eenzelfde afwerking kennen ook de getrapte deur- en vensteromlijstingen met negblokken, de erkerbasis, -stijlen en –bovenbouw, de bovendorpel van de vensteropening op de eerste verdieping, en de vensterstijlen, hoekstenen en het fronton ter hoogte van de zolderverdieping. Blauwe hardsteen is gebruikt voor de hoge plint, de toegangstreden en de vensterdorpels.

De klemtoon ligt op de brede venstertravee. Uitgewerkt als een lijstgevel met boven het standvenster van de pseudomansarde een door vierkante hoekstenen gedragen, afgetopt en geprofileerd trapezoïdaal fronton, heeft elke bouwlaag in deze travee een ongelijke verdeling van de openingen. Deze zijn in beide traveeën op de verhoogde begane grond trapezoïdaal beëindigd, en rechthoekig op de verdiepingen. Twee vensteropeningen op de gelijkvloerse verdieping zijn bekroond door een driezijdige erker met regelmatig en door vensterposten verdeeld drielicht, gedragen door een getrapte basis en een balkon dragend met verzorgde smeedijzeren balustrade, voorzien van ruit-, zigzag-, gegolfde en krulmotieven. De travee is beëindigd door een brede geveltop met door twee smallere vensteropeningen geflankeerde balkondeur. De smallere toegangstravee is boven de toegang opengewerkt met een smal venster onder een hol getande, groot gedimensioneerde vensterlatei, bekroond door een eenvoudig rechthoekig mansardevenster boven een sterk overkragende houten en wit geschilderde kroonlijst op getrapte consoles.

Het houten, wit geschilderde en van een nieuwe isolerende beglazing voorziene deur- en vensterschrijnwerk met metalen deurgreep, geschilderde brievengleuf, en verzorgde glas-in-loodpanelen is zeker op de benedenverdieping zeer gaaf bewaard. De beglaasde toegangsdeur met briefpanelen en de flankerende vaste zijlichten hebben gesmede roosters met dynamische golf- en krulmotieven, en zijn zoals het bovenlicht ingevuld met kleurrijke glaspanelen in geometrische motieven. De guillotineramen hebben een door getrapte consooltjes ondersteund vast bovenlicht, zoals op de bovengelegen verdieping ingevuld met straalsgewijs verdeelde glaspanelen. Het schrijnwerk of zeker de beglazing in de pseudomansarde lijkt vernieuwd, waarbij de oorspronkelijke, kleine roedeverdeling met ruitvorm hernomen is. Behouden is ook de kroonlijst op getrapte consoles boven het mansardevenster.

Het oorspronkelijke bouwplan volgt de traditionele, vanaf de negentiende eeuw gangbare enkelhuisindeling. Op de gelijkvloerse verdieping bevinden zich naast de inkomhal in enfilade een salon/ontvangstkamer en een eetkamer, die met een smalle deuropening uitgeeft op de keuken en achterkeuken, gesitueerd in de smalle achterbouw achter de inkomhal. Zowel de keuken- als achterkeuken verschaffen toegang tot de met cementdallen bestrate koer, achteraan met afzonderlijke wc, en waarachter zich de tuin uitstrekt. Op de eerste verdieping zijn naast de traphal twee kamers in enfilade geschikt, met in de toegangstravee tegen de straat een kleine linnenkamer. Boven de achterbouw is een minder diepe badkamer ingericht. De zolder heeft een centraal bordes dat uitgeeft op nog eens twee kamers en een zolderruimte. Enkel de voorbouw is onderkelderd met onder de inkomhal een smalle kolenkelder, en onder de representatieve kamers een proviandkelder en een bijkomende, mogelijk niet uitgevoerde achterliggende kelderruimte.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers 103#6941 & 103#7181.

Auteurs: Van Severen, Elke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Directeurswoning Belgische Boerenbond [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304952 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.