erfgoedobject

Architectenkantoor Joseph Hertogs

bouwkundig element
ID
304713
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304713

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Architectenkantoor van Joseph Hertogs, een gebouw in op de renaissance geïnspireerde eclectische stijl, naar een ontwerp uit 1897. Het perceel sloot oorspronkelijk haaks aan op deze van het geheel van twee burgerhuizen in neorococostijl, ontworpen in 1896, dat de architect gelijktijdig voor eigen rekening liet optrekken aan de Mechelsesteenweg. Deze woningen, waarvan Hertogs er in 1898 zelf één betrok, werden in 1958 gesloopt voor nieuwbouwflats (Mechelsesteenweg 186-188). Hertogs’ praktijk was van 1898 tot zijn overlijden in 1930 in dit architectenkantoor gevestigd. Het pand werd aan het einde de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd door een V1- of V2-inslag, en vervolgens hersteld en verbouwd tot woning naar een ontwerp door de architect Antoine Van Gastel van 1947, uitgevoerd in 1950. Opdrachtgever van deze werken, waarbij onder meer het dak werd vervangen, was Gaston Pol Galler.

Actief vanaf omstreeks 1885, geldt Joseph Hertogs als een van de meest succesvolle architecten in Antwerpen. Zijn loopbaan in dienst van de vermogende, overwegend liberale mercantiele burgerij, leverde een vijfhonderdtal bouwprojecten op, vooral burger-, heren- en landhuizen, winkels- en warenhuizen, kantoor- en bankgebouwen. Deze evolueren van eclecticisme en neorenaissance, naar een klassiek geïnspireerde beaux-artsstijl. Vroeg in zijn loopbaan liet hij zich al opmerken met de synagoge Shomre Hadass uit 1891-1893 in de Bouwmeestersstraat. Omstreeks de eeuwwisseling, zijn rijpe eclectische periode, drukte hij met monumentale bouwwerken als het Hansahuis uit 1897/1901 op de hoek van Suikerrui en Ernest Van Dijckkaai en Grands Magasins Leonhard Tietz uit 1900 aan de Meir, zijn stempel op het Antwerpse stadsbeeld. De laatste jaren van zijn loopbaan kort vóór zijn overlijden in 1930, was Hertogs geassocieerd met de architect Gerard De Ridder.

Architectuur

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat het gebouw twee bouwlagen, oorspronkelijk onder een schilddak met dakvorst, dat in 1947-1950 werd aangepast tot een pseudo-mansarde (leien) met behoud van de centrale dakkapel. De lijstgevel beantwoord aan een tweeledig schema, opgebouwd uit een sokkelvormende pui en een als bel-etage beklemtoonde bovenbouw. Voor de pui is geel baksteenmetselwerk in kruisverband toegepast, verwerkt met witte natuursteen voor de deuromlijsting, waterlijsten, platte banden en borstweringen, op een ruw geboste plint uit blauwe hardsteen. De bovenbouw is volledig uit witte natuursteen opgetrokken. Een deuromlijsting met bewerkte posten en een driehoekig fronton accentueert de pui, die verder wordt doorbroken door twee korfboogvensters overspannen door een ontlastingsboog. In de rolwerkcartouche van het timpaan is het huisnummer 3 verwerkt. De bovenbouw beantwoordt aan de typologie van de loggia, geritmeerd door composiete driekwartzuilen, die onder de puilijst worden opgevangen door bewerkte consoles. Zij dragen het klassieke hoofdgestel met centraal risaliet en een houten kroonlijst. De houten dakkapel met driepasboog, klauwstukken, gebogen waterlijst en topstuk uit de oorspronkelijke bouwperiode, wordt geflankeerd door kleine, rondbogige dakvenstertjes. Houten inkomdeur met siersmeedwerk van latere datum, en vensters met kleine roeden; gietijzeren voetschraper.

Over de volledige breedte opgedeeld door de centraal ingeplante traphal, bood de lage begane grond oorspronkelijk ruimte aan de vestibule, de keuken en een bergplaats. Het tweeledige architectenkantoor besloeg de ruim verlichte bel-etage, met een driezijdige erker aan de tuinzijde. De nieuwe indeling tot woning uit 1947-1950, omvat de vestibule, keuken en ontbijtkamer op de begane grond, het salon en de eetkamer op de bel-etage, de slaapkamer, badkamer en een kleine (slaap)kamer op de mansarde.

Het interieur van het architectenkantoor op de eerste verdieping, dat uit een kleiner vertrek in classicistische stijl aan de straatzijde en een groter vertrek in neo-Vlaamserenaissance-stijl aan de tuinzijde bestaat, bleef behouden. Tot de interieurelementen van de neo-Vlaamserenaissance-kamer behoren de schouw op zwart marmeren voluten, waarvan de eiken schouwbalk is versierd met knorren, rolwerk, diamantkoppen en een cartouche waarin cherubijntjes, een passer en het jaartal 1653. Beschilderde houten lambrisering, waarin twee omlijste deuren met balusters, wortelmotieven en een gebroken fronton. De medaillons dragen respectievelijk een passer en winkelhaak, een driehoek en tekengerei. Tussen beide deuren bevindt zich een wandkast. De eiken balkenzoldering met bewerkte sloffen rust op bewerkte consoles. De oorspronkelijke erker is bij de verbouwing in 1947-1950 verwijderd.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1897#30 en 18#23640 (architectenkantoor Hertogs) en 1896#1078 (woningen Hertogs).

Auteurs: Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Architectenkantoor Joseph Hertogs [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304713 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.